Opmerkingen
Notities bij Cornelis Koorneef:
Het geslacht Coornneef, dat zich in de loop van de zeventiende- en achttiende eeuw over de Zuidhollandse eilanden verspreidde en gedeeltelijk daar nog voortleeft, stamt van de naar schatting omstreeks 1560 geboren Cornelis Dircksz. Coornneef, schepen van Poortugaal en wellicht boer aldaar. Waarschijnlijk was hij een zoon van de kort na 1500 geboren Dirck Cornelisz., die volgens de welbekende parenteel van Doen Beyensz. de naam Koorneef (Coornneeff) voerde, maar die ik in de authentieke bronnen nooit met deze familienaam heb aangetroffen.
Het ontstaan van de naam Coornneef ligt mijns inziens in een samenvoeging van de
voornaam of het patroniem "Comelis" en de verwantschapsaanduiding "neef'. Zo komt men ook wel soortgelijke namen tegen als Pierneef (samenvoeging van Pieter en neef) en Nevejans (samenvoeging van neef en Jan). Het is dan ook waarschijnlijk dat bij Dirck
Cornelisz. de oorsprong van de naam in dit geslacht ligt.
Dirck was een vooraanstaand boer in de heerlijkheid Rhoon en vervulde daar met tussenpozen jarenlang het schoutambt, hetwelk hem door de ambachtsheer zonder financiële tegenprestatie was toebedeeld.
Bij zijn vrouw Neeltje Cornelisdr., kleindochter van fondateur der grote-memorielanden Doen Beyensz., had hij twee dochters, die stammoeder werden van respektievelijk de gezeten landbouwersgeslachten (de) Fonkert en Roobol.
Dirck Cornelisz. moet naar mijn mening uit een latere verbintenis nog een zoon Cornelis Dircksz. Coornneef hebben gehad, die dan rond 1560 werd geboren en de stamvader werd van de sedert het einde der zestiende eeuw te Poortugaal gedomicilieerde familiegroep Coornneef. Ondanks naarstig onderzoek heb ik echter geen direkt bewijs voor deze filiatie boven tafel kunnen brengen.
In de hierna te bespreken genealogie zal ik aangeven waarom ik het voorlopig aandurf om het verband te leggen tussen deze Rhoonse Dirck Cornelisz. (Coornneef) en Cornelis Dircksz. Coornneef te Poortugaal.
Vanuit Poortugaal vestigden mannelijke telgen van dit geslacht zich in de loop van de zeventiende eeuw te Rhoon, Oudenhoorn en Spijkenisse, van waaruit de familie zich in de loop van de achttiende eeuw over een groter gebied verspreidde. Vrouwelijke leden van deze familie vestigden zich in de genoemde periode in plaatsen als Strijen, Zuid-Beijerland,
Oostvoorne, Oud-Beijerland en Hoogvliet.
In de groep te Rhoon kwamen enkele personen tot grote welstand, maar de meeste telgen van het geslacht Coornneef in de periode eind zestiende-/begin achttiende eeuw waren op zijn hoogst in bescheiden mate met aardse goederen gezegend.
Van schout Dirck Cornelisz. is het bekend dat hij een wapen voerde, waarover in de navolgende genealogie meer.
Bij jongere generaties heb ik evenwel geen spoor van het gebruik van een familiewapen kunnen ontdekken.
Het samenstellen van de in deze uitgave te behandelen oudere generaties van het geslacht Coornneef werd bemoeilijkt door het ontbreken van de doop- en trouwboeken van Rhoon van voor 1718. Ten dele kon dit euvel worden verholpen door het raadplegen van o.a. de
vrij omvangrijke zeventiende eeuwse oud-rechterlijke archivalia van Rhoon.
Ook wat betreft de familieleden in de plaatsen Poortugaal en Oudenhoorn kon voorlopig niet in alle gevallen achterhaald worden wat er van hen geworden is.
Een raadsel blijft voorlopig nog hoe ene Claes Cornelisz. Coornneef in dit geslacht is in te passen. Deze man zou vermeld zijn geweest in een ongedateerd stuk genaamd "Hoofdsommen van Renten ten laste van Rhoon ende Pendrecht", dat in het in 1940 verloren gegane
archief der heerlijkheden Rhoon en Pendrecht aanwezig was en volgens de heer A. Hoynck van Papendrecht van omstreeks 1627 dateerde (De Nederlandsche Leeuw jrg. 1930, kol.
336). Ik ken slechts een gelijknamige persoon die een eeuw later tot de rijke boerenstand in het Rhoonse behoorde (zie generatie IVb-l-b).
Ten slotte wil ik nog melding maken van een binnen het stadje Zevenbergen woonachtige Cornelis Pietersz. Corenneeff, die op 20 juli 1578 aldaar zomergerst kocht (ora Zevenbergen inv.nr. 176). Ook hem kan ik niet in verband brengen met de hier te bespreken familiegroep Coornneef.
Uiteraard komen de leden van de hier te behandelen familie in de stukken voor met alle mogelijk variaties in de spelling van de familienaam. Ik heb vanwege de uniformiteit in de tekst gekozen voor de veelvuldig optredende schrijfwijze "Coomneef'. In de door mij te behandelen akten heb ik uiteraard de schrijfwijze weergegeven zoals deze in de betreffende stukken genoteerd is.
Gaarne wil ik een woord van dank richten tot Ir. C. Sigmond te Rotterdam en de heer A.C. Bos te Numansdorp, die mij enig aanvullend materiaal verstrekten.
Ik spreek de wens uit dat deze eerste poging tot het opstellen van een zo volledig mogelijke genealogie van de oudste generaties van dit geslacht de aanzet zal zijn tot voortgezet onderzoek naar deze oude familie van het eiland IJsselmonde.
K.J. Slijkerman - Rotterdam, juni 1991.