Opmerkingen
Hij was het zesde kind van Gerrit en Maria Ponsioen-Schillings.
Van de jeugd van Jan is ons weinig overgeleverd. Het is bekend, dat hij bij zijn vader in de zaak werkte. Daarvoor heeft hij in Oudenbosch op de kostschool St.Louis gezeten. Verder weten we dat hij aan de verplichtingen van de Nationale Militie heeft voldaan. Jan bleef tot aan zijn huwelijk in het ouderlijk huis wonen. Op 14 augustus 1886 verhuisde het jonge paar naar huis 44 wijk 5. Zij woonden naast vader Gerrit. Tijdens het leven van Jan hebben zich in de firma, die door zijn vader gesticht was, voorspoedige ontwikkelingen voorgedaan. Op 28 juli 1888 verschenen vader Gerrit en zoon Jan voor notaris Spruijt in Alphen aan den Rijn. Gerrit verkocht aan Jan een huis, schuur en een erf met tuin. Het geheel was gelegen in twee kadastrale secties: C nrs. 1808 en 1541. Het ene perceel was 2 are en 66 ca. groot, het andere (nr. 1541) was 8 are groot. Jan heeft er f 5.500,- voor moeten betalen. Dit bedrag moest echter pas betaald worden binnen 6 maanden na het overlijden Gerrit of van zijn vrouw. De betaling zou zonder rente geschieden. Gerrit had dit bezit gekregen gedeeltelijk door erfopvolging via zijn vrouw (het was immers oorspronkelijk van haar ouders), gedeeltelijk door koop op 11 juli 1842.
Rond 1930 bestond de sortering uit radio\'s, sanitair, maar ook glas, kristal en aardewerk behoorden tot het assortiment; \"groote sorteering billijke prijzen \".
Jan was ook sociaal een bezig mannetje. In 1898 was hij lid van de inzamelingscommissie voor gelden bij het nationaal huldeblijk voor koningin Emma bij haar afscheid in 1898. In 1898 werd er een nieuw pand voor het bedrijf gezet. De invoering van electriciteit, aan het eind van de 19e eeuw, was een nieuw werkterrein, waar men zich na enige aarzeling op stortte. Jan was een gemoedelijke baas. In de \"Ponsoen \" lezen we daarover: ”Als er moest worden overgewerkt, bijvoorbeeld bij het graveren van een koperen grafplaat, riep hij de \"knechts\" - zo heette de \"medewerker\" - op gezette tijden naar binnen voor koffie met koek, een borreltje enz., Als hij om twaalf uur naar bed ging, liet hij de deur van de keuken open, waar voor de rest van de nacht koffie, brood, vlees en kaas voor het personeel klaar stond. Dat was dan een verhaal over de gemoedelijke omgang tussen patroons en knechts uit die dagen, maar ook een stukje sociale geschiedenis. Overwerk werd toendertijd niet betaald. De knechts werkten door tot \'s ochtends zes uur en waren om negen weer present. Niet alle werkgevers liepen hun personeel met brood, koffie en jenever na \".
Van 14 april 1894 tot en met 8 april 1919 was Jan commandant van brandspuit 1 in Alfen.
Jan was een rustig type. Elke dag bezocht hij de kerk. Op het eind van zijn leven gebeurde het vaak, dat hij met een rijtuig opgehaald moest worden vanwege zijn gezondheid. Jan overleed in het ziekenhuis in Leiden aan een longontsteking, die hij had opgelopen na een prostaatoperatie.