Opmerkingen
Floris van den Dool was een zeer kleurrijk persoon. Bij de schriftelijke kerkvisitatie van 8 april 1836 had hij met zijn handtekening de verklaring bekrachtigd dat Ds. Matthes een Godloochenaar zou zijn.. Op een schrijven van het classicaalbestuur zijn woorden waar te maken, kwam er een antwoord zijnerzijds, waarin niet de minste grond voor zulk een beschuldiging wordt gevonden.
De classis besluit Floris van den Dool als diaken te schorsen en hem vier weken de tijd te geven zijn woorden waar te maken.
Zijn reactie kan de toets der classicale kritiek niet doorstaan, weshalve hij als diaken ontslagen wordt en van het Avondmaal geweerd in afwachting van zijn berouw cw zijn duidelijke bewijzen.
Zijn berouw en zijn vraag of vergiffenis kom op zeven december 1836, waarna hem opnieuw de toegang tot De Tafel des Heeren verleent wordt.
Onder Ds. van Manen laar hij zich uitschrijven en gaat hij in 1839 over naar de Christelijke Afgescheidenen.
Ook hier kon Floris van den Dool geen wortel schieten. Zo vinden we in een verslag van de Hervormde kerkeraad van 14 december 1848 de mededeling dat hij daar weer terug is in het ambt van ouderling. Hij had zijn dwaling blijkbaar ingezien.