Opmerkingen
Hij was het zevende kind van Daniel en Elisabeth Ponsioen-Stekelenburg. De achternaam van zijn moeder, Stekelenburg, werd hem meegegeven als tweede voornaam. De ouders hebben dit bij de andere kinderen niet gedaan, zodat er geen dubbele achternaam is ontstaan. Van de jeugd van Gerrit is ons bijna niets bekend. We weten, dat hij in Schoonhoven is ingeschreven voor de Nationale Militie, lichting 1834. Hij kreeg als inschrijvingsnummer 13 en als lotingsnummer 33. Hij werd afgekeurd wegens een gebrek aan zijn rechterarm. In oktober 1837 kwam Gerrit naar Aarlanderveen. In 1838 stichtte hij daar een bedrijf van loodgieters, pompenmakers, leidekkers, koper- en blikslagers en zinkwerkers. Op 1 augustus 1838 betaalde de gemeente Alfen aan Gerrit bedrag van f 9,40 voor de leverantie van 4 handlantaarns voor brandspuiten. Toen Gerrit uit Schoonhoven kwam nam hij zijn \\\"loodgieterij\\\" mee. Het bedrijf werd gevestigd in de Van Mandersloostraat, in het pand van zijn schoonvader, die winkelier was. De loodgietersattributen lagen voor in het pand, de werkplaats was achter. Het gezin trok in bij (schoon)vader Schillings. Zij woonden toen in huis 314 in Aarlanderveen.Toen Gerrit trouwde, deed hij een redelijk rijk huwelijk. In de cohieren van de personele en hoofdelijke omslag Aarlanderveen vinden we iets over de welstand van Gerrit. Voor Gerrit waren de aanslagen als volgt: Bedrag klasse Hoogste klasse 1838 2,43 4 29, 1839 5,30 5 28, 1840 3,75 6 21, 1841 4,90 7 27, 1842 5,30 7 26, 1843 4,00 8 26, 1844 12,70 9 26. De term \\\"personele omslag\\\" werd later veranderd in \\\"hoofdelijke slag\\\". De bedoeling bleef echter dezelfde, nl. het gemeentelijke te aanzuiveren. Ook werd de klassering veranderd. De burgers, die het meest betaalden, kwamen nu terecht in klasse 1. Gerrit betaalde in: jaar Bedrag klasse Laagste klasse 1847 12,75 21 30, 1848 13,24 19 28, 1849 14,43 19 28, 1850 14,64 20 49, 1851 13,47 19 28, 1853 13,50 35 53, 1854 13,00 34 54, 1855 15,00 25 37, 1857 14,00 45 58, 1860 14,50 40 53, 1862 16,00 29 41. Ook moest Gerrit in 1854 nog belasting betalen voor een hond: f 3,00, klasse 2, voor deze belasting de hoogste klasse. Aangezien het overgrote deel van de bevolking veel minder moest betalen (de kleinste bijdragen lagen tussen de f 0,40 en f 0,70), kunnen we stellen, dat Gerrit behoorde tot de beter gesitueerden. Bij tussentijdse verkiezingen voor de gemeenteraad van Aarlanderveen, deed Gerrit tot tweemaal toe een poging in deze raad gekozen worden. In 1851 werden er totaal 141 stemmen uitgebracht, waarvan Gerrit er zes kreeg. In 1853 werden er 101 stemmen uitgebracht, waar Gerrit er één kreeg. In beide gevallen werd hij niet gekozen. Het bedrijf van Gerrit heeft zich in de loop der tijd fors uitgebreid. De gasfabriek was de eerste uitbreiding van het bedrijf. Achter de werkplaats werd rond 1855 een simpel \\\"gasfabriekje\\\" gesticht ten hoeve van het eigen bedrijf. Het was in die tijd geen aardgas, maar gewoon veengas, dat in deze streek veel voorkwam. In het jaar 1858 werd het gasfabriekje iets verplaatst in de richting van de Aarkade. Op 30 augustus 1856 diende Gerrit een verzoek in bij B & W Aarlanderveen, om pijpen door de Keistraat (de huidige Van Mandersloostraat) te mogen leggen voor het transport van gas. Op 1 september 1856 werd hem dat bij raadsbesluit toegekend. Dit alles echter onder strenge voorwaarden: • de straat mag pas worden opgebroken na vergunning; • het bedrijf heeft de plicht een eventueel opengebroken straat voor de avond weer te dichten en te bestraten; • het bedrijf heeft de plicht elke kuil of hobbel in de straat op eerste aanzegging \\\"te herstellen tot een jaar na het graafwerk\\\"; • kosten voor een deskundige bij verschil van mening, zijn te betalen door het bedrijf; • het gemeentebestuur beoordeelt het werk; • de uitspraak van het gemeentebestuur moet onvoorwaardelijk worden gevolgd. Op 3 augustus 1862 werd het bedrijf getroffen door een brand. Gedurende de jaren 1866-1893 was Gerrit lid van het college zetters voor \\\'s rijks direkte belastingen. Dit college van 4 personen deed dienst als vaststeller of regelaar der belastingen voor elke burger van de gemeente. Op 2 augustus 1867 kreeg Gerrit het contract om de gemeente Oudshoorn van gaslicht te voorzien, Op 17 september 1868 keurt de raad van Alfen een besluit goed om aan \\\"G.Stekelenburg Ponsioen & Compie\\\" onderhands aan te besteden, het verlichten van de bebouwde kom gedurende 2 jaar, van 1 oktober 1868 tot 30 september 1870, tegen betaling van f 22,50 per lantaarn. Op 18 oktober 1878 liep het telkens verlengde contract af. De gasfabriek is toen overgegaan in andere handen. De nieuwe eigenaar was J. van Valkenburg. De fundamenten van de fabriek zijn in 1971 opgegraven, bij de bouw van het winkelcentrum \\\"De Aarhof\\\'. In 1879 vinden we Gerrit terug als inner van de hondenbelasting voor de gemeente Alfen. In de gemeenteraadsvergadering van Aarlanderveen van 12 oktober 1887 stond het volgende punt op de agenda: \\\"Op voorstel van den voorzitter worden B & W gemachtigd aan, de Heer G.S.Ponsioen, brandmeester en zetter der gemeente bij zijn eerstdaags te houden vijftig jarig jubilee als ingezetene een stoffelijk blijk geven van \\\'s Raads waardering der genoegzaam dien ganschen aan de gemeente bewezen goede diensten. Een bedrag van ongeveer f 30.- wordt daartoe beschikbaar gesteld, te voldoen uit den post der onvoorziene uitgaven, begrooting 1888\\\". Behalve met zijn bedrijf hield Gerrit zich ook bezig met \\\"Sociaal werk\\\", zoals uit een advertentie van 31 december 1883 in de Rijnbode blijkt; \\\"De ondergetekenden maken bekend, dat zij op 31 december 1883 zich vervoegen bij ingezetenen aan de lage zijde tot ophaling giften van eene buitengewone bedeling, ter vergoeding van afgeschafte nieuwjaarwensen aan de huizen. W.Hop, W.Niekerk, G.S.Ponsioen, J.v.Wijk.\\\" Sindsds 7 maart 1880 was Gerrit bovendien nog Agent van de Overijsselsche Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij. Op 8 augustus 1882 trad Gerrit toe tot de brandweer van Aarlanderveen, als brandmeester op spuit 1. Hij had al eerder, bedrijfsmatig, met de brandweer van doen. In 1846 kreeg de brandweer een rekening van f 4,25 wegens arbeid en leveranties aan brandspuit nr. 1. Hun hele leven hebben Gerrit en Maria op hetzelfde adres gewoond. In hun laatste jaren woonden zij in bij hun zoon Jan, die het bedrijf de woning overgenomen had.