Opmerkingen
Het is niet bekend of hij oomzegger van vaders- of moederskant is (waarschijnlijk het laatste): brief in handschrift van Alkemade, gedateerd 28 mei 1310. Jan van den Zijl oorkondt gegeven te hebben een stuk land dat heet "Volghbruke"aan heer Bartholomeus of drager deser brief, dat mijn oude vader Haer Jan van Ammers en mijn Vrouwe mijn moeder bespraken en gaven tot een capelrije te Leijderdorp."
Bij het begin van de Hoekse en Kabeljauwse Twisten kiest hij partij voor Margaretha, wat blijkt uit de verklaring van bijstand aan de Keizerin, Gravinne van Henegouwen, op 5 sept. 1350, tezamen met andere ridders en knapen; hij staat daar vermeld onder de knapen. Jan van Henegouwen, Heer van Beaumont, beleent Jan op 15 sept 1337 met het land in Maasland, dat zijn oom (Jan van Ammers) bezeten had. Spoedig daarna, op 31 okt. 1337, volgt de beleniing met 20 morgen aan de Zijl bij het slot (Oorkonde van Jan van Polanen).
Op 7 mei 1340 wordt Jan door de Heer en Vrouwe van Voorne beleent met 12 morgen in Naaltwijk, "die Heer Jan van den Sile, daar God die siele of hebben moete, te houden plach en nu ter wile in huurwaerde heeft Heyne Wivenzoen.
Uit een korte aantekening onder deze akte blijkt dat Hertog Jan van Beijeren deze 12 morgen later "ten vrijen eyghen" heeft gegeven aan Heer Geryt (Dirkszn) van Zijl (zijn kleinzoon).